Helpcenter

Support & Troubleshooting

  • Beeldproblemen

    Geen signaal

    Een “geen signaal”-melding betekent dat het display geen geldig videosignaal van de bron ontvangt. Dit kan verschillende oorzaken hebben: een verkeerde inputselectie, incompatibele video-instellingen, een defecte connector, problemen in de signaalketen of gebrekkige bekabeling. Afhankelijk van de installatie spelen vaak meerdere schakels mee (switches, converters, extenders), waardoor het belangrijk is systematisch te controleren waar de onderbreking optreedt.

    Door onderstaande stappen in volgorde te doorlopen, kan het probleem snel en doelgericht worden gelokaliseerd en opgelost.

    1. Controleer de inputselectie

    • Zorg dat op het display het juiste ingangskanaal is geselecteerd.
    • Een verkeerde of niet-bevestigde inputselectie is een veelvoorkomende oorzaak van “geen signaal”.
    • In omgevingen met meerdere bronnen of matrix-switches kan de input ongemerkt zijn gewijzigd.

    2. Controleer de broninstellingen

    • Bevestig dat de bron actief is en een signaal uitstuurt. Test dit eventueel op een ander display.
    • Controleer de ingestelde output: resolutie, verversingssnelheid en signaalformaat moeten overeenkomen met de ondersteunde specificaties van het Beetronics-display.
    • Onjuiste instellingen, zoals een te hoge resolutie of niet-ondersteunde frequentie, leiden direct tot signaaluitval.

    3. Inspecteer de signaalketen

    • Breng de volledige route van bron naar display in kaart: rechtstreeks of via splitters, converters of extenders.
    • Sluit de bron direct aan op het display om externe apparaten uit te sluiten.
    • Controleer of gebruikte adapters of converters compatibel zijn met het gewenste signaaltype (digitaal naar analoog kan bijvoorbeeld alleen met actieve omzetting).
    • Let op bij USB-C: zowel de bron als de kabel moeten DisplayPort Alt Mode ondersteunen. Niet elke USB-C-poort of kabel is geschikt voor video-overdracht.

    4. Controleer bekabeling en aansluitingen

    • Controleer of kabels correct en stevig zijn aangesloten.
    • Houd rekening met de maximale kabellengte voor het gebruikte signaaltype. Overmatige lengte of lage kabel kwaliteit kan leiden tot verlies of instabiliteit. Een overzicht van de maximaal aanbevolen kabellengtes per connectie vindt u hier. 
    • Test met een alternatieve kabel om kabeldefecten uit te sluiten.

    5. Voer uitsluitingsstappen uit

    • Test het display met een andere bron.
    • Test de bron op een ander display.
    • Gebruik indien beschikbaar een alternatieve inputpoort.

    6. Herstart en handshake

    • Herstart zowel de bron als het display nadat alle verbindingen zijn bevestigd.
    • Bij digitale verbindingen (zoals HDMI of DisplayPort) kan een nieuwe handshake nodig zijn om het signaal correct te initialiseren.

    Onvolledig of afgesneden beeld

    Een onvolledig of afgesneden beeld ontstaat doorgaans door een mismatch tussen de ingestelde resolutie of aspectratio van de bron en de native resolutie en beeldverhouding van het display. Ook overscanfuncties in het besturingssysteem, de grafische kaart of het OSD-menu van het display kunnen dit veroorzaken. Voor optimale prestaties dient het uitgangssignaal van de bron exact overeen te komen met de native resolutie én beeldverhouding van het display, zonder extra scaling. Afwijkende instellingen leiden tot afgesneden randen, zwarte balken of vervormde inhoud.

    1. Controleer resolutie en frequentie

    • Open de beeldscherminstellingen van de bron en selecteer het Beetronics-display.
    • Stel de resolutie in op de native resolutie (zie datasheet of productspecificaties).
    • Controleer of de verversingsfrequentie (Hz) wordt ondersteund.

    2. Controleer scaling en aspect ratio

    • Zet scaling of zoom in het besturingssysteem uit of stel dit in op 100%.
    • Controleer de instellingen van de grafische kaart (NVIDIA, AMD, Intel). Schakel profielen zoals overscan of custom scaling uit.
    • Controleer in het OSD-menu of de beeldverhouding is ingesteld op Just Scan voor pixel-to-pixel weergave.
    • Schakel handmatige scherpte- of beeldmodi in het OSD uit die de weergave beïnvloeden.

    3. Inspecteer de signaalketen

    • Gebruik bij voorkeur een directe verbinding zonder splitters, converters of extenders.
    • Controleer of kabels/adapters de resolutie en frequentie ondersteunen.
    • Houd rekening met de maximale kabellengte; langere of inferieure kabels kunnen signaaldegradatie veroorzaken.
    • Let op: sommige matrix-switches, KVM’s of video-extenders passen automatisch scaling of overscan toe. Controleer de instellingen van deze apparaten en zet ze indien mogelijk op passthrough of native resolution.
    • Test indien mogelijk met een alternatieve kabel of bron.

    Onscherp of wazig beeld

    Een onscherpe of wazige weergave ontstaat doorgaans door een mismatch tussen de ingestelde resolutie van de bron en de native resolutie van het display, of door signaaldegradatie binnen de videoketen. Ook verkeerde scalinginstellingen in het besturingssysteem, de grafische kaart of het OSD-menu van het display kunnen bijdragen aan verlies van scherpte. Voor optimale prestaties dient het uitgangssignaal van de bron exact overeen te komen met de native resolutie van het display, zonder extra scaling. Afwijkende instellingen leiden tot interpolatie, vervorming of verlies van details.

    1. Controleer resolutie en frequentie

    • Open de beeldscherminstellingen van de bron en selecteer het Beetronics-display.
    • Stel de resolutie in op de native resolutie (zie datasheet of productspecificaties).
    • Controleer of de verversingsfrequentie (Hz) wordt ondersteund.

    2. Controleer scaling en aspect ratio

    • Zet scaling of zoom in het besturingssysteem uit of stel dit in op 100%.
    • Controleer de instellingen van de grafische kaart (NVIDIA, AMD, Intel). Schakel profielen zoals overscan of custom scaling uit.
    • Controleer in het OSD-menu of de beeldverhouding is ingesteld op Just Scan voor pixel-to-pixel weergave.
    • Schakel handmatige scherpte- of beeldmodi in het OSD uit die de weergave beïnvloeden.

    3. Inspecteer de signaalketen

    • Gebruik bij voorkeur een directe verbinding zonder splitters, converters of extenders.
    • Controleer of kabels/adapters de resolutie en frequentie ondersteunen.
    • Houd rekening met de maximale kabellengte; langere of inferieure kabels kunnen signaaldegradatie veroorzaken.
    • Test indien mogelijk met een alternatieve kabel of bron.

    Gebruik in portrait- of landscape-modus

    Beetronics-displays ondersteunen zowel portrait- als landscape-weergave.Een Beetronics-display schakelt niet automatisch van oriëntatie zoals een tablet of smartphone. De oriëntatie wordt volledig bepaald door het videosignaal of bestand dat de bron uitstuurt. Voor een correcte weergave moet de bron de gewenste resolutie en rotatie uitsturen in portrait of landscape. 

    1. Controleer de bronconfiguratie

    • Stel in het besturingssysteem of via de grafische kaart de oriëntatie expliciet in op portrait of landscape.
    • Zorg dat de output exact overeenkomt met de native resolutie van het display. Afwijkende resoluties leiden tot scaling, interpolatie of vervorming.
    • Controleer of de ingestelde verversingsfrequentie (Hz) wordt ondersteund door het display.

    2. Controleer content en layout

    • Controleer of videobestanden (in het geval van USB-media) daadwerkelijk in portrait zijn geëxporteerd of opgenomen. Een landscape-bestand dat alleen in portrait wordt afgespeeld, levert altijd zwarte balken of vervorming op.
    • Controleer of afbeeldingsbestanden dezelfde pixelverhouding hebben als het display (bijv. 1080×1920 voor portrait of 1920×1080 voor landscape). Afwijkende verhoudingen leiden tot interpolatie of vervorming.
    • Bij presentaties of digitale signage: stel het bronprogramma (bijv. PowerPoint, CMS of mediaspeler) in op de juiste oriëntatie vóórdat de content wordt weergegeven.

    3. Controleer instellingen van de grafische kaart

    • Controleer in NVIDIA Control Panel, AMD Radeon Settings of Intel Graphics Command Center dat overscan en custom scaling zijn uitgeschakeld.
    • Stel de scalingmodus in op No scaling of Preserve aspect ratio om volledige pixelweergave te garanderen.

    4. Controleer OSD-instellingen van het display

    • Bevestig dat de beeldverhouding in het OSD-menu is ingesteld op Just Scan. Dit is de standaardinstelling op alle Beetronics-displays en garandeert 1:1 pixelmapping zonder overscan of randafsnijding.
    • Controleer of er geen extra beeldmodi of filters in het OSD actief zijn die de weergave beïnvloeden.

    5. Inspecteer de signaalketen

    • Gebruik bij voorkeur een directe verbinding zonder splitters, converters of extenders die de oriëntatie of resolutie kunnen manipuleren.
    • Controleer of alle gebruikte apparaten (bijv. mediaspeler, signage-controller of KVM-switch) de juiste oriëntatie en resolutie doorgeven. Sommige systemen passen automatisch scaling of rotatie toe.
    • Test indien mogelijk met een alternatieve kabel of directe aansluiting om externe factoren uit te sluiten.
  • Touchproblemen

    Touch wordt niet herkend

    Wanneer het touchscreen helemaal niet reageert, wordt de USB-verbinding tussen bron en display niet correct herkend. Beetronics-touchscreens gebruiken PCAP-technologie en communiceren via HID (Human Interface Device) over USB. Het uitblijven van touchsignaal kan te maken hebben met verkeerde bekabeling, onvoldoende ondersteuning van de USB-poort, een niet-ondersteund besturingssysteem of een probleem in de enumeratie van het HID-apparaat.

    Controleer daarom altijd eerst of uw besturingssysteem en hardwarecombinatie officieel worden ondersteund. Als de basiscompatibiliteit ontbreekt, zullen verdere stappen geen resultaat opleveren.

    1. Controleer de ondersteuning van het besturingssysteem

    • Beetronics-touchscreens worden standaard herkend via HID in Windows, macOS (UPDD Driver), Linux, ChromeOS, BrightSign en Samsung DeX.
    • Oudere besturingssystemen (zoals Windows 7 of oudere Linux-distributies) vereisen soms aanvullende drivers of configuratie.
    • Niet-ondersteunde of embedded systemen zonder HID-ondersteuning zullen geen touchfunctionaliteit bieden.

    2. Controleer de bekabeling

    • Gebruik uitsluitend de meegeleverde kabels: USB-C→USB-C of USB-C→USB-A.
    • Zorg dat de kabel correct en stevig is aangesloten aan zowel bron als display.
    • Test indien mogelijk met de tweede meegeleverde kabel om een kabeldefect uit te sluiten.

    3. Controleer de USB-poort van de bron

    • Niet alle USB-C-poorten ondersteunen DisplayPort Alt Mode én USB-data. Controleer de specificaties van het apparaat.
    • Bij gebruik van USB-A moet de gekozen poort ook daadwerkelijk data ondersteunen; sommige poorten leveren alleen stroom.
    • Let op bij dockingstations en hubs: meerdere apparaten delen vaak dezelfde controller, waardoor enumeratie kan falen of bandbreedte tekort kan schieten.

    4. Controleer de inputselectie en videobron

    • Bij gebruik van USB-C→USB-C kan één kabel zowel video, audio als touch verzorgen. Controleer of de poort dit ondersteunt.
    • Bij USB-C→USB-A wordt de video via HDMI, DisplayPort of VGA geleverd en het touchsignaal via USB-A. Controleer of de juiste video-input op het display is geselecteerd.

    5. Controleer of het besturingssysteem het touchscreen herkent

    • Windows: open Apparaatbeheer en controleer of het touchscreen zichtbaar is als HID-apparaat.
    • macOS: raadpleeg Systeemrapport → USB om te zien of het touchscreen is gekoppeld.
    • Linux: gebruik lsusb of xinput list om de aanwezigheid van het HID-apparaat te verifiëren. Wordt het apparaat niet herkend, herstart dan zowel de bron als het display met de USB-kabel aangesloten.

    6. Sluit andere oorzaken uit

    • Test het display met een andere bron om een incompatibiliteit of poortdefect uit te sluiten.
    • Test de bron met een ander USB-touchscreen om te controleren of de USB-functie van de bron correct werkt.

    Veelvoorkomende oorzaken

    • Gebruik van USB-C kabels die uitsluitend bedoeld zijn voor opladen, zonder data-ondersteuning.
    • USB-C poorten zonder Alt Mode of met beperkte datafunctionaliteit.
    • USB-A poorten die enkel stroom leveren (geen data).
    • Dockingstations of hubs die onvoldoende bandbreedte of stroom leveren voor het touchscreen.
    • Verouderde of niet-ondersteunde besturingssystemen.

    Touch valt weg of verbreekt tijdens gebruik

    Een wegvallende of instabiele touchverbinding wordt vrijwel altijd veroorzaakt door onderbrekingen in de USB-dataketen of door energiebesparingsinstellingen die de USB-poort van de bron uitschakelen. De touchlaag van Beetronics-displays wordt volledig gevoed en aangestuurd via de 5V USB-verbinding (USB-A of USB-C). Wanneer de spanning of datacommunicatie op enig moment wordt onderbroken, valt de touchfunctionaliteit onmiddellijk weg.

    Door onderstaande stappen systematisch te doorlopen, kan de oorzaak snel worden achterhaald en verholpen.

    1. Controleer de fysieke verbinding

    • Controleer of de USB-kabel stevig is aangesloten aan zowel bron als display.
    • Vermijd losse verbindingen of adapters die extra speling introduceren.
    • Gebruik bij voorkeur de meegeleverde kabels (USB-C naar USB-C of USB-C naar USB-A). Niet alle kabels ondersteunen stabiele HID-communicatie.

    2. Controleer kabellengte en signaalkwaliteit

    • Houd rekening met de maximale aanbevolen lengte voor USB 2.0 en USB 3.0.
    • Vermijd passieve verlengkabels of hubs; deze zijn vaak oorzaak van spanningsverlies of signaaluitval.
    • Gebruik actieve extenders of USB-over-Ethernet-oplossingen als langere afstanden onvermijdelijk zijn.
    • Let op dat de bron stabiele 5V-voeding levert via de USB-poort. Sommige bronnen (bijv. Laptops, thin-clients, USB-hubs of embedded systemen) leveren onvoldoende vermogen, waardoor de touchlaag weg kan vallen.
    • Houd er rekening mee dat meerdere USB-apparaten die gelijktijdig op dezelfde bron zijn aangesloten, samen de maximale stroomcapaciteit kunnen overschrijden. Ook als een individuele poort in theorie voldoende vermogen levert, kan de totale belasting leiden tot uitval of instabiliteit. In dat geval kan een powered USB-hub of directe aansluiting uitkomst bieden.

    3. Controleer energiebeheer en systeeminstellingen

    • Schakel USB selective suspend (Windows) of vergelijkbare energiebesparingsfuncties in het besturingssysteem uit. Deze functies schakelen poorten tijdelijk uit bij inactiviteit.
    • Controleer in Apparaatbeheer (Windows) of de USB Root Hub geen energiebeheeropties heeft die het apparaat mogen uitschakelen.
    • Op macOS en Linux: verifieer dat energiebesparing de USB-poorten niet automatisch uitschakelt.

    4. Inspecteer de signaalketen

    • Sluit het touchscreen direct aan op de bron om hubs, KVM-switches of docking stations uit te sluiten.
    • Test met een andere USB-poort om poortspecifieke beperkingen of defecten uit te sluiten.
    • Bij gebruik van USB-C: verifieer dat zowel de poort als de kabel USB-data (HID) ondersteunen, niet alleen voeding of video.

    5. Test alternatieve configuraties

    • Test het touchscreen met een andere kabel.
    • Test met een andere bron om te bepalen of het probleem in het display of in de bron zit.
    • Herstart zowel het display als de bron om de USB-handshake opnieuw te initialiseren.

    Touch onnauwkeurig of vertraagd

    1. Controleer resolutie en weergave-instellingen

    • Zorg dat de bron het display aanstuurt in de native resolutie (zie datasheet of productspecificaties).
    • Afwijkende resoluties leiden tot interpolatie, waardoor de touchlaag niet meer exact overeenkomt met de pixelmapping van het scherm.
    • Controleer dat de verversingsfrequentie (Hz) door zowel bron als display wordt ondersteund; niet-ondersteunde instellingen veroorzaken vertraging of haperingen.

    2. Controleer de kalibratie

    • Windows
      • Open Control Panel → Hardware and Sound → Tablet PC Settings.
      • Klik op Kalibreren → Touch input.
      • Selecteer het juiste scherm (bij multi-monitoropstellingen wordt vaak het verkeerde scherm standaard geselecteerd).
      • Tik de weergegeven kalibratiepunten zo nauwkeurig mogelijk aan.
      • Sla de instellingen op en herstart de applicatie of sessie.
      • Let op: wanneer de resolutie wordt gewijzigd, dient de kalibratie opnieuw te worden uitgevoerd.
    • macOS (via UPDD-driver)
      • Installeer en open de UPDD Console.
      • Ga naar het tabblad Calibration en start de procedure.
      • Kalibreer met de aanwijzingen op het scherm en bevestig.
      • Controleer in de UPDD-instellingen of de touchinput correct is toegewezen aan het juiste display.
      • Bij meerdere schermen: gebruik de Assign functie in de UPDD Console om de juiste koppeling tussen touchlaag en display te maken.
    • Linux
      • Controleer of de HID-touchinput correct wordt herkend met xinput list.
      • Gebruik xinput_calibrator of configureer via libinput om de juiste mapping in te stellen.
      • Bij schermrotatie of afwijkende setups: pas de Coordinate Transformation Matrix handmatig aan.
      • Maak de instellingen persistent door de configuratie toe te voegen aan /etc/X11/xorg.conf.d/ of het relevante udev-rulebestand.
      • Let op: bij sommige distributies (bijv. Ubuntu met Wayland) kan het noodzakelijk zijn om via Gnome/KDE settings de display-toewijzing apart te bevestigen.
    • Multi-monitoropstellingen
      • Bevestig dat de touchlaag expliciet aan het juiste scherm wordt toegewezen. Een veelvoorkomend probleem is dat de touchinput op het verkeerde display wordt geregistreerd.
      • Windows: gebruik Tablet PC Settings → Setup om met aanwijzingen op het scherm de input aan het juiste display toe te wijzen.
      • macOS: wijs in de UPDD Console de controller toe aan het juiste scherm.
      • Linux: gebruik xinput map-to-output om de touchinput expliciet aan een bepaalde monitor (bijv. HDMI-1 of DP-2) te koppelen.

    3. Controleer USB-verbinding en voeding

    • Sluit het touchscreen rechtstreeks aan op de bron, zonder hubs of verlengkabels.
    • Houd rekening met de maximale kabellengte van USB 2.0 (5 m) of USB 3.0 (3 m). Bij langere afstanden zijn actieve extenders of powered hubs vereist.
    • Controleer dat de USB-poort stabiele 5V-voeding levert. Spanning die fluctueert of onder de minimumgrens zakt, kan latency en onnauwkeurige respons veroorzaken.
    • Houd er rekening mee dat meerdere USB-apparaten op dezelfde bron samen de maximale capaciteit kunnen overschrijden, zelfs als een individuele poort in theorie genoeg vermogen levert.

    4. Controleer systeeminstellingen en drivers

    • Schakel eventuele energiebeheerfuncties uit die USB-poorten in slaapstand kunnen zetten.
    • Controleer of de juiste drivers zijn geïnstalleerd (bijv. UPDD op macOS). Verouderde of incorrecte drivers kunnen latency veroorzaken.
    • Op Windows: controleer in Device Manager of er geen conflicten zijn bij Human Interface Devices (HID).

    5. Vermijd interferentie en externe factoren

    • Houd magnetische of sterk geleidende voorwerpen weg van de voorkant van het touchscreen. Deze kunnen capacitieve metingen beïnvloeden en ruis introduceren.
    • Test indien mogelijk het touchscreen in een andere omgeving om storingsbronnen (elektromagnetische interferentie) uit te sluiten.

    6. Test alternatieve configuraties

    • Test met een andere bron (pc, mediaspeler) om bron-gerelateerde beperkingen uit te sluiten.
    • Test met een alternatieve USB-kabel of andere USB-poort.
    • Herstart zowel display als bron om de USB-handshake opnieuw op te bouwen.

    Touch in multi-monitoropstellingen

    Wanneer een Beetronics-touchscreen in een multi-monitoropstelling wordt gebruikt, kan het voorkomen dat de touchinput niet overeenkomt met het juiste scherm. Bijvoorbeeld: aanrakingen op het Beetronics-display worden geregistreerd op een ander aangesloten scherm, of de positie is verschoven. Dit wordt veroorzaakt doordat het besturingssysteem de touchcontroller niet automatisch koppelt aan de juiste monitor.

    1. Controleer de resolutie en indeling

    • Zorg dat alle aangesloten displays in de native resolutie draaien. Afwijkende resoluties kunnen de mapping van de touchinput verstoren.
    • Bevestig in de display-instellingen van het besturingssysteem dat de schermindeling (links/rechts/boven/onder) overeenkomt met de fysieke opstelling.

    2. Windows

    • Open Control Panel → Hardware and Sound → Tablet PC Settings.
    • Klik op Setup en volg de aanwijzingen om het juiste scherm aan de touchcontroller te koppelen.
    • Indien nodig: voer aansluitend een nieuwe kalibratie uit via Calibrate.
    • Let op dat bij wijziging van de schermvolgorde of resoluties de toewijzing opnieuw bevestigd moet worden.

    3. macOS (UPDD-driver)

    • Open de UPDD Console.
    • Ga naar Assign en selecteer de juiste koppeling tussen het Beetronics-touchscreen en het display.
    • Voer aansluitend een kalibratie uit via het tabblad Calibration.
    • Bij meerdere touchscreens: wijs iedere controller expliciet toe om conflicten te voorkomen.

    4. Linux

    • Controleer de lijst met touch-apparaten via xinput list. Koppel de touchinput aan het juiste scherm met het commando:  xinput map-to-output <device-id> <output>
    •  waarbij <device-id> de HID-touchcontroller is en <output> bijvoorbeeld HDMI-1 of DP-2.
    • Maak de mapping persistent via /etc/X11/xorg.conf.d/ of een script bij opstarten.
    • Controleer bij gebruik van Wayland of de desktopomgeving (GNOME/KDE) eigen instellingen voor input-toewijzing ondersteunt.

    5. Overige aandachtspunten

    • Bij gebruik van USB-extenders, dockingstations of hubs kan de enumeratie van USB-apparaten veranderen, waardoor de koppeling opnieuw moet worden ingesteld.
    • Zorg dat de kabels correct zijn aangesloten en dat slechts één actieve touchcontroller per display is verbonden. Meerdere touch-apparaten op dezelfde bron kunnen conflicten veroorzaken.
  • Connectiviteit

    Maximale kabellengte

    Beetronics-displays worden standaard geleverd met een voeding van 2,0 meter. Voor video-, audio- en data-aansluitingen gelden maximale kabellengtes die afhankelijk zijn van resolutie, verversingsfrequentie en het type kabel. Bij langere afstanden kunnen actieve oplossingen zoals extenders, boosters of optische kabels noodzakelijk zijn.

    • HDMI: tot 10 m (daarbuiten alleen met actieve HDMI-extender)
    • DisplayPort: 3–5 m, afhankelijk van resolutie (bij 4K@60Hz maximaal 3 m)
    • VGA: tot 15 m (analoge signalen verliezen kwaliteit over afstand)
    • RCA (video): tot 50 m
    • BNC (video): tot 100 m (professionele CCTV/broadcast-coax)
    • 3,5 mm audio (in/uit): tot 5 m met standaard kabels; voor langere afstanden wordt gebruik van afgeschermde kabels of actieve audio-oplossingen aanbevolen
    • USB-C: maximaal 3 m bij passieve kabels (USB 3.1 en DisplayPort Alt Mode). Beetronics levert standaard een 2 m kabel mee.
    • USB-C → USB-A: maximaal 3 m volgens de USB 2.0-specificatie. Beetronics levert standaard een 2 m kabel mee.
    • USB-A → USB-A: maximaal 3 m volgens de USB 2.0-specificatie. Beetronics levert standaard een 2 m kabel mee.

    USB-C kabels en compatibiliteit

    Beetronics-touchscreens maken gebruik van USB-C voor zowel beeld, audio als touch. Correcte werking is afhankelijk van zowel de bron, de gebruikte kabel als de combinatie met eventuele videopoorten. Standaard worden bij ieder Beetronics-touchscreen twee kabels meegeleverd (USB-C naar USB-C en USB-C naar USB-A) om compatibiliteit te waarborgen.

    1. Ondersteuning vanuit de bron

    • Controleer of de USB-C-poort van de bron DisplayPort Alt Mode en USB-data ondersteunt.
    • Niet alle USB-C-poorten zijn geschikt voor video- en touchoverdracht; sommige ondersteunen alleen opladen of data.

    2. USB-C naar USB-C kabel

    • Deze kabel kan, afhankelijk van de bron, beeld, audio en touch via één enkele verbinding verzorgen.
    • Zowel de bron als de kabel moeten Alt Mode + USB-data ondersteunen; ontbreekt dit bij een van beiden, dan werkt (een deel van) de functionaliteit niet.
    • Gebruik altijd een gecertificeerde kabel en blijf binnen de aanbevolen kabellengtes om signaalverlies te voorkomen.

    3. USB-C naar USB-A kabel

    • Deze kabel verzorgt uitsluitend de touchfunctionaliteit.
    • Voor beeld en audio dient tegelijkertijd een van de videopoorten (HDMI, DisplayPort, VGA, BNC of RCA) te worden aangesloten.
    • Dit is de aanbevolen configuratie wanneer de bron geen volwaardige USB-C-poort met Alt Mode biedt.

    4. Veelvoorkomende problemen

    • Geen touchfunctie → vaak veroorzaakt door het gebruik van een laad- of data-only USB-C-kabel.
    • Beeld wel, maar geen touch → de USB-C-poort van de bron ondersteunt geen USB-data; gebruik in dat geval de USB-C naar USB-A kabel in combinatie met video via HDMI/DP.
    • Instabiele werking of uitval → kan duiden op te lange of niet-gecertificeerde kabels. Test met de meegeleverde kabels om defecte kabels of incompatibiliteit uit te sluiten.

    5. Aanbevolen werkwijze

    • Gebruik altijd de meegeleverde kabels als uitgangspunt bij installatie.
    • Indien een langere kabel noodzakelijk is, controleer dat deze gecertificeerd is voor Alt Mode en data.
    • Test bij problemen eerst met de standaardkabels om bron- of configuratiefouten te isoleren.

    Problemen met geluidsweergave

    Beetronics-displays zijn uitgerust met geïntegreerde speakers. Afhankelijk van het model zijn er daarnaast 3.5 mm audio-ingangen en -uitgangen aanwezig. Raadpleeg de datasheet van uw model voor de exacte audio-aansluitingen, omdat dit per productlijn kan verschillen. Digitale videopoorten (HDMI, DisplayPort, USB-C) ondersteunen zowel video als audio, terwijl analoge videopoorten (VGA, RCA, BNC) uitsluitend video doorgeven. In dat geval moet audio altijd apart via de 3.5 mm-ingang worden aangesloten.

    1. Controleer de bronconfiguratie

    • Zorg dat audio via de juiste output van de bron wordt gestuurd (bijvoorbeeld HDMI, DisplayPort of USB-C, niet alleen VGA).
    • Controleer in het besturingssysteem of de Beetronics-monitor als uitvoerapparaat is geselecteerd.
    • Controleer volumeniveau en mute-instellingen op zowel de bron als het display.

    2. Digitale verbindingen (HDMI, DisplayPort, USB-C)

    • Deze aansluitingen ondersteunen zowel video als audio. Controleer dat de kabel en de poort audio-overdracht ondersteunen.
    • Verifieer in de instellingen van de bron (Windows, macOS, mediaspeler) dat audio via het juiste uitvoerapparaat wordt verstuurd.
    • Test met een alternatieve kabel of bron om te controleren of het probleem in de verbinding zit.

    3. Analoge verbindingen (VGA, RCA, BNC in combinatie met 3.5 mm)

    • VGA, RCA en BNC leveren alleen video. Voor audio moet de 3.5 mm-ingang op het display worden gebruikt.
    • Controleer of de 3.5 mm-kabel stevig is aangesloten.
    • Gebruik indien mogelijk een korte, afgeschermde audiokabel om ruis te voorkomen.

    4. Audio-uitgang (3.5 mm line-out)

    • Veel modellen hebben een 3.5 mm audio-uitgang om geluid door te sturen naar externe speakers, koptelefoons of versterkers.
    • Deze uitgang wordt alleen ondersteund bij gebruik van een digitale verbinding zoals HDMI, DisplayPort of USB-C.

    5. Test alternatieve scenario’s

    • Sluit een andere bron aan om brongebonden audioproblemen uit te sluiten.
    • Test met een andere kabel of poort om kabel- of connectorproblemen te verifiëren.
    • Controleer of de geïntegreerde speakers geluid geven via een directe digitale verbinding (HDMI, DisplayPort of USB-C).
  • Bediening & Schermhelderheid

    Bediening

    Beetronics-displays kunnen op verschillende manieren worden bediend. Los van de bedieningsmogelijkheden zijn alle modellen standaard zo ingesteld dat zij automatisch inschakelen zodra er netspanning of een geldig videosignaal wordt aangeboden. Deze instellingen zijn in het OSD-menu naar wens aan te passen.

    Bedieningsknoppen op het display

    • Basisfuncties zoals aan/uit, menu, inputselectie en navigatie door het OSD zijn rechtstreeks via de knoppen aan de achterzijde van het display te bedienen.
    • Via het OSD-menu zijn onder andere helderheid, kleur, contrast, timers, auto power on/off naar wens in te stellen.

    Meegeleverde afstandsbediening

    • Elk display wordt geleverd met een IR-afstandsbediening.
    • Hiermee bedient u intuïtief het OSD-menu van het display, schakelt u direct tussen verschillende inputkanalen en past u de helderheid direct aan (vergelijkbaar met volumeknoppen).

    Optionele externe dimmers

    De meeste displays hebben een aansluiting voor een externe dimmer. Deze wordt niet standaard meegeleverd, maar kan optioneel worden besteld. Er zijn twee versies:

    DMK7 (enkelkanaals)

    • Functie: regelt de helderheid van één display via een draaiknop en schakelt dit display in/uit door de knop in te drukken.
    • Aansluiting: sluit de dimmer aan op de 3,5 mm Dimmer-poort van het display.
    • Configuratie: stel in het OSD-menu in dat de helderheid via de dimmer wordt geregeld (standaard staat de bediening op afstandsbediening).

    DMK8 (multikanaals)

    • Functie: regelt de helderheid van maximaal vijf displays gelijktijdig via een enkele draaiknop.
    • Aansluiting: sluit de dimmer aan op de 3,5 mm Dimmer-poort van elk display.
    • Configuratie: stel in het OSD-menu in dat de helderheid via de dimmer wordt geregeld.
    • Beperkingen: de DMK8 biedt geen aan/uit-functie. Bij gemengde opstellingen (verschillende modellen) kan de dimrespons per model afwijken.

    Helderheid beheren (backlightregeling)

    Alle Beetronics-displays zijn voorzien van een instelbare backlight waarmee de helderheid traploos van 0% tot 100% kan worden ingesteld. De maximale en minimale helderheid (in nits) verschilt per model. Bij 0% ligt de waarde doorgaans tussen 1–3 nit (dus niet volledig zwart). Exacte waarden staan vermeld in de datasheet van het betreffende model.

    De helderheid kan op drie manieren worden aangepast: via de fysieke bedieningsknoppen, de standaard meegeleverde afstandsbediening of de optionele externe dimmers.

    De backlight wordt intern aangestuurd via dedicated elektronica. Het is niet mogelijk de helderheid via software (host-besturingssysteem) of uitsluitend via spanningsvariatie extern te regelen. Zonder maatwerkfirmware wordt softwarematige dimming niet ondersteund. Voor een betrouwbare regeling zijn daarom uitsluitend de fysieke knoppen, de meegeleverde afstandsbediening of de DMK7/DMK8-dimmer geschikt.

    Bediening via de fysieke knoppen

    • Gebruik de knoppen aan de achterzijde van het display om het OSD-menu te openen.
    • Kies de optie Backlight Brightness om de helderheid direct aan te passen.
    • Wijzigingen worden direct toegepast en blijven behouden na het uitschakelen van het display.

    Bediening via de meegeleverde afstandsbediening

    • Elk display wordt standaard geleverd met een IR-afstandsbediening.
    • De afstandsbediening heeft dedicated knoppen voor het aanpassen van de helderheid (vergelijkbaar met volumeregeling). Hiermee kan de helderheid direct stapsgewijs worden aangepast, zonder het OSD-menu te openen.
    • Daarnaast kan de afstandsbediening worden gebruikt om door het OSD-menu te navigeren en via die weg de helderheid of andere instellingen te beheren.

    Bediening via optionele externe dimmers

    De meeste displays zijn uitgerust met een 3,5 mm Dimmer-poort voor externe dimmers. Deze worden niet standaard meegeleverd, maar zijn optioneel verkrijgbaar. Er zijn twee versies:

    • DMK7 (enkelkanaals)
      • Functie: regelt de helderheid van één display via een draaiknop en schakelt het display in/uit door de knop in te drukken.
      • Aansluiting: sluit de dimmer aan op de 3,5 mm Dimmer-poort van het display.
      • Configuratie: stel in het OSD-menu in dat de helderheid via de dimmer wordt geregeld (standaard staat dit op afstandsbediening).
    • DMK8 (multikanaals)
      • Functie: regelt gelijktijdig de helderheid van maximaal vijf displays via een enkele draaiknop.
      • Aansluiting: sluit de dimmer aan op de 3,5 mm Dimmer-poort van elk display.
      • Configuratie: stel in het OSD-menu in dat de helderheid via de dimmer wordt geregeld (standaard staat dit op afstandsbediening).
      • Beperkingen: de DMK8 heeft geen aan/uit-functie. Bij gemengde opstellingen (verschillende modellen) kan de dimrespons per model afwijken.
  • Onderhoud

    Scherm schoonmaken

    Volg onderstaande stappen om de kans op beschadiging tijdens het schoonmaken te minimaliseren en de levensduur van het paneel te waarborgen:

    1. Schakel het display uit en ontkoppel de voeding

    • Zet het display uit, haal de stekker uit het stopcontact en laat het paneel afkoelen.
    • Reinig het scherm nooit wanneer het is ingeschakeld.

    2. Verwijder aangesloten apparatuur

    • Ontkoppel alle kabels en randapparatuur om vochtinwerking of kortsluiting te voorkomen.

    3. Gebruik geen vloeistof direct op het paneel

    • Spray nooit rechtstreeks op het scherm of de behuizing.
    • Overtollig vocht kan binnendringen en de elektronica beschadigen.

    4. Gebruik een geschikte doek

    • Reinig met een droge, pluisvrije microvezeldoek.
    • Voor hardnekkige vlekken: licht bevochtigen met gedemineraliseerd water. De doek mag vochtig zijn, nooit nat.
    • Veeg met lichte druk in rechte banen.

    5. Gebruik alleen toegestane reinigingsmiddelen

    • Indien water onvoldoende is, gebruik een gespecialiseerde LCD- of glasreiniger.
    • Vermijd benzeen, oplosmiddelen, ammoniak, schuurmiddelen, alcohol en aceton.

    6. Voorkom overmatige druk

    • Oefen nooit sterke druk uit; dit kan pixels of backlight beschadigen.
    • Gebruik geen borstels of papieren doeken om krassen te voorkomen.
    • Alle Beetronics-touchscreens zijn voorzien van een IK08-gecertificeerd glasfront. Dit maakt ze bestand tegen normale druk op het oppervlak, omdat de glaslaag de LCD-laag volledig beschermt. Het grootste risico ligt bij krassen door scherpe materialen; vermijd daarom contact met metalen voorwerpen of schurende middelen.

    7. Laat het scherm volledig drogen

    • Zorg dat er geen vocht of strepen zichtbaar zijn voordat het display opnieuw wordt ingeschakeld.

    Langdurig gebruik en levensduuroptimalisatie

    Een juiste configuratie en toepassing verlengt de levensduur van het display aanzienlijk. Hoewel Beetronics-displays ontworpen zijn voor continu gebruik, zijn er factoren die de betrouwbaarheid en levensduur kunnen beïnvloeden. Onderstaande richtlijnen helpen om uitval te voorkomen en de totale gebruiksduur te optimaliseren.

    1. Gebruik binnen gespecificeerde omgevingscondities

    • Houd de operationele waarden voor temperatuur, luchtvochtigheid en ventilatie aan zoals vermeld in de datasheet.
    • Vermijd langdurige blootstelling aan direct zonlicht of hittebronnen. Zelfs bij modellen met bredere temperatuurranges en UV-filters kan de interne temperatuur boven de gespecificeerde limiet uitkomen, wat de levensduur negatief beïnvloedt.
    • Zorg waar mogelijk voor schaduw, actieve koeling of extra ventilatie wanneer het display in een omgeving wordt geplaatst met hoge instraling of beperkte luchtcirculatie.
    • Bescherm tegen stofophoping in behuizing en aansluitingen; dit kan leiden tot warmteophoping of storingen.

    2. Beheer van backlight en helderheid

    • Zet de helderheid alleen zo hoog als operationeel noodzakelijk. Backlightmodules slijten sneller bij 100% helderheid.
    • Maak gebruik van automatische of externe dimoplossingen (bijv. optionele potmeter/dimmer) om de helderheid af te stemmen op de omgeving.
    • In 24/7-omgevingen verlengt het werken op 70–80% helderheid de backlight-levensduur aanzienlijk.

    3. Beperk inbranden en beeldretentie

    • Hoewel LCD-panelen minder gevoelig zijn dan plasma of OLED, kan statische content bij langdurige weergave lichte beeldretentie veroorzaken.
    • Vermijd statische logo’s, rasters of UI-elementen door periodiek schermcontent te verversen.
    • Stel waar mogelijk een screensaver of automatische beeldrotatie in.

    4. Voedings- en spanningsbeheer

    • Gebruik uitsluitend de meegeleverde of door Beetronics gecertificeerde voedingen.
    • Vermijd spanningspieken door gebruik van overspanningsbeveiliging of UPS in kritische installaties.
    • Schakel het display volledig uit bij langdurige periodes van niet-gebruik.

    5. Regelmatig onderhoud en inspectie

    • Reinig aansluitingen en ventilatieopeningen periodiek om stof en vuilophoping te voorkomen.
    • Controleer kabels en connectors op slijtage; vervang direct bij zichtbare beschadiging.
    • Plan preventieve inspecties bij continu gebruik in industriële of veeleisende omgevingen.

    6. Houd rekening met totale levenscyclus

    • Elk LCD-paneel en backlight heeft een gespecificeerde MTBF en typische levensduur (zie datasheet).
    • Door bovengenoemde richtlijnen te volgen kan de operationele levensduur vaak substantieel worden verlengd.
    • Houd bij projectplanning rekening met vervanging van displays in lijn met de levenscyclus van het gehele systeem.
Niet gevonden wat u zocht?
Neem direct contact op met een van onze displayspecialisten.
  • Deme
  • Electrabel
  • Festo
  • Van Hool
  • vrt
  • Universiteit Gent
  • Mercedes-Benz
  • Siemens
Inloggen
#replace title#
Uw winkelwagen
Uw winkelwagen is leeg

Geen producten in uw winkelwagen

Bekijk onze monitoren
Langdurige beschikbaarheid Onze displays blijven langdurig beschikbaar.
Gratis verzending & retourneren 30 dagen bedenktijd en kosteloze verzending.
4,8/5 op basis van 5.000+ reviews Vertrouwd door professionals wereldwijd.